Wat leren we in groep 8?
Rekenen Wij werken met de methode Wereld in getallen.
De volgende onderdelen komen aan bod in groep 8:
 
Getalbegrip
Boek 8A
- Uitspraak en schrijfwijze grote getallen (7 500 000 en 7,5 miljoen)
- Verschil bepalen tussen € 8.500.000,– en € 1,2 miljoen
- Introductie van miljard
- Getallen afronden op 100 000 (2 408 000 ≈ 2 400 000 of 2,4 miljoen)
- Romeinse cijfers
 
Optellen/aftrekken
Boek 8A

- Optellen en aftrekken tot en met 1 000 000 (handig rekenen en 
  schatten)
- Optellen en aftrekken van kommagetallen (2,55 + 3,5 + 102 =; 7,85 – 5,4 =)
- Cijferend optellen en aftrekken tot 100 000
- Cijferend optellen en aftrekken van geldbedragen tot € 10.000,–
 
Vermenigvuldigen
Boek A
- Handig rekenen (4 × 35 = / 4 × 3,5 = / 4 × 0,35 =) en schatten (3,8 × 30,3 ≈)
- Vermenigvuldigen met 10, 100 en 1000 ( 4,8 × 10/100/1000 =)
- Vermenigvuldigen van geldbedragen (10 × € 2,50 =; 100 × € 0,45 =; 720 × € 3,97 ≈)
- Vermenigvuldigen van kommagetallen (38 × 43 = / 3,8 × 4,3 = / 0,38 × 43 = en 15 × 0,6 = / 1,5 × 06 =)
- Cijferend vermenigvuldigen (52 × 78 =; 63 × 521 =)
- Cijferend vermenigvuldigen van geldbedragen (7 × € 17,25 =)
 
Delen
Boek A
- Schattend delen (4308 : 7 ≈; 80,3 : 15,9 ≈)
- Herhaald aftrekken (867 : 38 =; 8670 : 35 =; 2568 : 46 =)
- Delen met rest (€ 187 : 5 =; 48 m : 15 =; 25 kg : 8 =)
- Doordelen achter de komma (21 : 5 = 4 1/5 of 4,2)
- Delen van kommagetallen (3 : 0,2 =; 3 : 0,125 =; 1,75 : 0,05 =)
- Relatie deling, breuk en kommagetal (1 : 4 = 1/4 = 0,25)

Kommagetallen
Boek A
- Kommagetallen bij geld, lengte, inhoud, gewicht en temperatuur
- Kommagetallen met 1, 2 en 3 cijfers achter komma
- Kommagetallen op de getallenlijn
- Wat ligt het dichtst bij 0,5? 0,498, 0,49, 0,57 of 0,6?
- Kommagetallen afronden;
Boek B
In 8b wordt de leerstof uit 7b en 8a nog eens systematisch herhaald
in de vorm van acht katernen. Elk katern bevat één onderwerp,
zodat er gericht op onderwerp herhaald kan worden.
De volgende katernen zijn op minimum en basisniveau ontwikkeld:
- Getallen en bewerkingen
- Breuken
- Kommagetallen
- Procenten
- Meten
- Meetkunde
- Informatieverwerking 1 (vooral gericht op diagrammen en grafieken)
- Informatieverwerking 2 (onder andere folder, brochure, recept, afbetaling,
  persoonlijke lening, krantenbericht)
 
Alle belangrijke leerstappen komen in de katernen terug,
met daarnaast vaak nog een kleine uitbreiding.
In de startopgaven, waar alle werkbladen mee beginnen,
worden allerlei onderwerpen kort herhaald.
Daarnaast is er nog een uitbreidingskatern ontwikkeld voor kinderen,
die minder herhaling nodig hebben en de stof van 7b/8a beheersen.
 

 
 
Taal
Wij werken met de methode Staal.
Methode Staal taal:
De volgende doelen komen aan bod:
  • Spreken en luisteren
  • Woordenschat
  • Schrijven
  • Taal verkennen
Spreken en luisteren:
Bij spreken en luisteren wordt er gewerkt aan de vergroting van de spreek- en luistervaardigheid van de kinderen ( spreken en luisteren om te communiceren, te leren en te amuseren ).

Woordenschat:
Bij het aanleren van woorden wordt uitgegaan van de volgende methodiek:
 - Voorbewerken ( aandacht trekken en activeren van de kinderen )
 - Semantiseren ( uitleggen, uitbeelden en uitbreiden )
 - Consolideren ( veel, gevarieerd en speels herhalen van woord en betekenis )
 - Controleren ( controleren van de woordbetekenissen )

Schrijven
Er wordt gebruik gemaakt van het vijf-fasenmodel:
- Orientatie
- Schrijfopdracht
- Schrijven en helpen tijdens het schrijven
- Bespreken en herschrijven van de tekst
- Verzorgen en publiceren 

Taal verkennen
Bij het taal verkennen wordt ingegaan op:
- Taalgebruik ( passend taalgebruik, figuurlijk taalgebruik, herkomst van woorden )
- Taalvariatie ( kennis van streektalen, internettaal, synoniemen )
- Spelen met taal ( rebussen, taalgrappen, vergelijkingen e.d. )
- Taalschat ( o.a. spreekwoorden en gezegden )
- Non-verbale communicatie ( mimiek, gebarentaal, lichaamstaal e.d. )  
 
 
Spelling
Methode Staal spelling:
Het spellingprogramma van Staal onderscheidt 3 leerstofdomeinen:
- Spelling (onveranderlijke woorden)
- Werkwoordspelling (In groep 8 ligt het accent op het toepassen van de werkwoordspelling in de verleden tijd).
- Grammatica (woordsoorten, zinsdelen leestekens)

Een spellingles heeft de volgende opbouw:
opfrissen, instructie, oefendictee, nabespreking en zelfstandig verwerken.
 
Er wordt gewerkt met verschillende categorieen. Hieronder zijn de categorieen visueel gemaakt.



 
 
Wereld Oriëntatie
Wij werken met de methode Naut (natuur en techniek), Meander (aardrijkskunde) en Brandaan (geschiedenis)
 
Bij deze drie WO-vakken komen de volgende thema’s aan bod:
 
Natuur en Techniek (Naut):
Thema 1: Natuurlijke verschijnselen: (Uitleg van kracht, licht en electriciteit als 
                                                             belangrijke natuurlijke begrippen)
Thema 2: Materiaal uit de natuur:       (Hoe gedragen stoffen als water, olie, ijzer 
                                                             en lucht zich?)
Thema 3: Techniek om ons heen:      (Enkele concrete toepassingsgebieden 
                                                             van techniek en welke sectoren er in de
                                                             techniek aanwezig zijn)                                        
Thema 4: Voortplanting:                      (Wat gebeurt er met het nieuwe leven?
                                                             Wat voor een ontwikkeling maken 
                                                             planten, mensen en dieren door?)
Thema 5: Aarde in het heelal:             (Ons zonnestelsel en de plaats van de
                                                             aarde daarin. Kunnen wij op andere
                                                             plaatsen in het heelal ook leven?)
 
Aardrijkskunde (Meander):
Thema 1: Water                        (Midden- en Zuid Amerika, Zuid-Amerika en de  
                                                   steden)
Thema 2: Werk en energie       (Midden-Oosten, Noord- en West Afrika en               
                                                  zuidelijk en oostelijk Afrika)
Thema 3: De aarde beweegt    (Noord-Amerika, Verenigde Staten: het westen 
                                                  en het oosten)
Thema 4: Streken en klimaten  (werelddelen en oceanen, gebergten, polen en 
                                                   Woestijnen. Australië en Nieuw-Zeeland)
Thema 5: Allemaal mensen      (Zuidwest-Azië, Zuidoost-Azië en Oost-Azië)
 
Geschiedenis (Brandaan):
Thema 1: Tijd van regenten en vorsten              (De gouden eeuw)
Thema 2: Tijd van pruiken en revoluties             (De Franse tijd)
Thema 3: Tijd van burgers en stoommachines   (Het ontstaan van een                  
                                                                             democratie)                                                
Thema 4: Tijd van de wereldoorlogen                 (Twee wereldoorlogen)
Thema 5: Tijd van televisie en computer            (de Koude Oorlog) 
 
 
 
 
Engels:
Wij werken met de methode Take it easy.
 
De volgende thema’s komen aan bod:
 
Unit 1: “describing people”: De leerlingen leren mensen te beschrijven aan de  
                                            hand van hun kleding en uiterlijk.
Unit 2: ”shopping”:               De leerlingen leren spreken met een                   
                                            winkelbediende over prijzen, maten van kleding,
                                            het ruilen van artikelen en openingstijden van  
                                            winkels.
Unit 3: “just in time”:            De lessen gaan over data en tijden, leren klokkijken                        
                                            en afspraken maken. Ook komen de dagindeling en                 
                                            vaste activiteiten gedurende de dag aan bod.
Unit 4: ”travelling around”:  Onderwerpen in de lessen zijn op vakantie gaan, het 
                                            reizen met verschillende vervoermiddelen, zoals het 
                                            vliegtuig, inchecken op het vliegveld en een                                 
                                            vakantieboeken bij het reisbureau.
Unit 5: “school”:                  De lessen gaan over de lagere school en vooral de 
                                            middelbare school en de verschillende schoolvakken.      
                                           Daarnaast gaat het over beroepen en de opleiding 
                                           die daar voor nodig is.
Unit 6: “Outdoors”:             De lessen gaan over de verschillen tussen het wonen 
                                           op het platteland en de stad en het wonen in andere 
                                           situaties (bijv. in het buitenland) en het weer.