Wat leren we in groep 3?
Rekenen:  
 OriŽntatie op de getallen
- Verder- en terugtellen tot en met 40
- Cijfers schrijven
- Structuur van de getallen tot en met 20 (ťťn tiental en wisselende eenheden)
Resultatief tellen
- Resultatief tellen tot en met 20
- Getalbeelden tot en met 10
- Grote hoeveelheden tellen
Structureren
- Splitsingen tot en met 10: verkennen en oefenen
- Getalbeelden op het rekenrek: verkennen en inoefenen
 
 
 OriŽntatie op de getallen tot
en met 100
- Eerste oriŽntatie op de telrij tot en met 100 (tellen met sprongen van 10 en 1)
- Eerste oriŽntatie op opbouw van de getallen tot en met 100
- Schrijfwijze van de getallen
- Contexten
 
 Optellen, aftrekken en splitsen
tot en met 10
- Optellen, aftrekken en splitsen tot en met 10
Optellen en aftrekken tot en
met 20
- Optellen en aftrekken tussen 10 en 20
- Eerste aanzet voor het optellen en aftrekken over het eerste tiental
 
 
Optellen en aftrekken tot en
met 10
- Het vergelijken van aantallen: meer, minder of evenveel
- Erbij- en erafsituaties
- Bussommen
- Pijlsommen
 
Geld
  • De munten van 1, 2 en 5 cent
  • Alle munten
  • De biljetten van 5 en 10 euro
  • Geldbedragen leggen en aflezen; gepast betalen
 
  Tijd
- Dagen van de week
- Serie gebeurtenissen in een logische volgorde plaatsen
- Klokkijken: hele uren
- Hele uren analoog
-Tijdbalk
- Maandkalender
 
  Meten
De begrippen groot/klein, voor/ achter, hoog/laag, enzovoort
- Lengte: passen, vergelijken, meten met natuurlijke maten
- Oppervlakte: eerste verkenning
- Inhoud: eerste verkenning
- Verkenning van het begrip lengte
- Verkenning van het begrip gewicht
- Verkenning van het begrip inhoud
- Verkenning van het begrip omtrek en oppervlakte
 
 
Taal/lezen
 
 
Methode  'Lijn 3'
Thema inhoud voorbeeldwoorden
1 r, d, i, k, aa, n, e, s rik, daan
2 b, oo, m, ee, t, a, ie boom, roos
3 l, u, o, p, oe, h, ei lin, sap
4 w, g, eu, f, au teun, weg
5 ij, v, ui, sch, uu, z ijs, vuur
6 ou, j, ch, ng, nk touw, huis
7 hoofdletters
-d, -b
mmmkm- en mkmmm-woorden
 
 
8 -eer, -oor, -eur
-ooi, -aai, -oei
verkleinwoorden met -je, -pje, -tje
 
 
9 samenstellingen met clusters
tweelettergrepige woorden met be-, ge-, ver-
 
10 woorden met - ieuw, -uw, -eeuw
 
 
11 woorden met een c
 
 
12 woorden met een x en y en q
woorden met een leesmoeilijkheid in het midden; lachen, vangen, donker
 
 
Spelling
 
Klankzuivere woorden
woorden met Ėng en Ėnk ( wang, bank)
woorden met -aai Ė oei Ė ooi ( hooi)
woorden met een tussenklank (melk, balk)
 
 
Wereld OriŽntatie
 
Themaís van Lijn 3:
Thema 1: De nieuwe groep
Thema 2: De boom
Thema 3: Smakelijk eten
Thema 4: Op wielen
Thema 5: Mijn lijf
Thema 6: Het is feest
Thema 7: Zon, maan en sterren
Thema 8: De schat
Thema 9: Kunst
Thema 10: Dieren
Thema 11: Een hut bouwen
Thema 12: Overal water